Een goede projectmanager houdt van gedoe
Een manager van een veranderingsproject, die ‘s avonds zuchtend thuis op de bank valt en tegen zijn partner uitroept: “Wat een gedoe, ik zou willen, dat ik weer eens gewoon aan het werk kan!” heeft zijn taak niet goed begrepen. Dat gedoe is juist zijn werk. De diepste wens van veel managers is veranderingen door te voeren zonder (al te veel) gedoe. Een onzinnige wens, want veranderingen geven altijd gedoe. Als er geen gedoe is, is het maar de vraag of er wel iets is verandert. Sterker nog: de wens om gedoe te vermijden, maakt het gedoe er vaak nog veel erger op. Een minstens even hardnekkig misverstand is dat mensen een hekel zouden hebben aan veranderen. Waarschijnlijk hangt dat misverstand direct samen met het eerste want, zo is vermoedelijk de gedachtegang, als mensen wel willen veranderen zouden ze niet zoveel gedoe veroorzaken. Beide overtuigingen samen hebben geleid tot een hele reeks klassieke –foute- opvattingen en aanbevelingen over hoe je veranderingen zou moeten managen.
Hierover gaat de lezing van dr. Joop Swieringa, die onder de titel Een goede projectmanager houdt van gedoe het spits op de IRD 2010 zal afbijten. Van huis uit econoom, is Joop Swieringa inmiddels al 25 jaar werkzaam als organisatieadviseur, met name op het terrein van organisatieverandering. Hij staat voor een veranderingsaanpak die valt samen te vatten als ‘lerend veranderen’. Zijn inzichten daarover begon hij te ontwikkelen in de periode dat hij organisatieontwikkelingsprogramma’s ontwierp en uitvoerde bij het EMDC-Nijenrode. Dit resulteerde in 1990 in de bestseller Op weg naar een lerende organisatie, geschreven samen met prof. dr. André Wierdsma. De opvolger van dit boek Lerend organiseren, als meer van hetzelfde niet helpt is nu een standaardwerk op het gebied van het ‘nieuwe organiseren’. Een praktische uitwerking van zijn inzichten heeft hij in 1995 gepubliceerd in In plaats van reorganiseren, 10 jaar later in Gedoe komt er toch en zeer recentelijk in Het bureaucratisch Woordenboek. De laatste twee titels schreef hij in samenwerking met Jacqueline Jansen.
Joop werkt vanuit de opvatting dat je een organisatieverandering pas dán geslaagd kunt noemen, als na afloop het werken er ook veel plezieriger op is geworden. Hij is gefascineerd door het verschijnsel dat groepen mensen in organisaties -besturen, directies, managementteams – zo vaak samen dingen beslissen die niemand eigenlijk wil.